We herinneren ons de reclame van een energiefabrikant, waarin Loes Luca zegt te streven naar een goed milieu omdat ze "(...) zelf uit een heel goed milieu komt."
Een verrassende, maar nogal beperkte kijk op duurzaamheid.
Diezelfde beperkte kijk op duurzaamheid constateert de VROM-raad in een conceptadvies uit 2009 ("Verstedelijking en duurzame ontwikkeling"). In het streven naar duurzame verstedelijking blijken overheden uit te gaan van een
'smalle' ecologische benadering uitgewerkt in klimaateisen, duurzaam bouwen en andere milieueisen. De koppeling van die ecologische dimensie aan de economische en sociaal-culturele dimensie van verstedelijking ontbreekt vrijwel altijd.
De VROM-raad stelt: "Duurzame ontwikkeling vraagt om investeringen vooraf, die misschien pas op lange termijn renderen. Bovendien zijn de geldstromen rond duurzame ontwikkeling anders georganiseerd dan rond het traditionele bouw-
en planningsproces. In het traditionele proces is sprake van een scheiding tussen de ontwikkel- en beheerfase. Investeerders in de ontwikkelfase proberen doorgaans de (...) kosten zo laag mogelijk te houden, zonder oog voor
de kosten in de latere beheerfase. Dat is niet duurzaam (...)."
Deze wijze woorden kwamen bij me op toen ik het juryrapport van de duurzaamheidsprijsvraag voor Buiksloterham las. We hadden een - ook op de lange termijn - duurzaam gebouw bedacht, door technisch en ruimtelijk de mogelijkheid
te bieden zonder zware ingrepen extra woon- of werkruimte toe te voegen afhankelijk van de vraag de komende decennia. Maar de jury keurde ons ontwerp en de daaraan ten grondslag liggende filosofie af.
De door de jury gebruikte rekenmethode (GPR-gebouw) kijkt uitsluitend naar de korte termijn en niet naar ontwikkelingen, zoals verstedelijking, die, zoals de VROM-raad terecht constateert, ook van invloed zullen zijn op duurzaamheid.
Gewogen met een tekortschietende meetmethode ... Alsof je de rondetijden van Sven Kramer meet met een zandloper.