Geplaatst door: Hans Woerlee (Algemeen directeur)
17 juli 2009
We praten de afgelopen jaren steeds meer over de woonconsument. Die staat tegenwoordig in het brandpunt van de belangstelling. Wat wil de woonconsument? Wil de woonconsument een grid? Of wil de woonconsument een woning en een woonomgeving die aansluiten op zijn veranderende woonwensen? Zou de stedenbouwkundige structuur samenhangen met het al dan niet aanwezig zijn van een grid?
Ik ben zo vrij om te zeggen: "Wellicht". Natuurlijk, het grid van New York en de enorme en blijvende waardering voor deze stad, althans het deel ervan dat Manhattan heet, hangt ongetwijfeld samen met de heldere stedenbouwkundige structuur. Maar volgens mij hangt die waardering, misschien zelfs van de eigen inwoners, vooral samen met de samenballing van functies op een beperkt oppervlak.
En natuurlijk, Plan Berlage kent eenzelfde heldere stedenbouwkundige structuur en blijvende waardering door de woonconsument. Anderzijds, de westelijke tuinsteden van Amsterdam zijn ook gebaseerd op een helder, welhaast wetenschappelijk te noemen grid, maar de waardering is veel geringer.
Ik ben zo vrij (en die rol past bij mij als 'vrijdenkende' projectontwikkelaar) te stellen dat niet zozeer het grid de waardering van een wijk of stadsdeel bepaalt, maar de functies - en met name de wijze waarop die functies gerangschikt zijn. Zijn de functies duidelijk, duidelijk onderscheiden en divers en komen stedenbouw en architectuur dus tegemoet aan de (veranderende) wensen van de (veranderende) woonconsument, dan versterkt een helder grid die waardering alleen maar. Hier zie je overigens heel nadrukkelijk de functie van een grid: is de structuur helder, met andere woorden is het grid helder, dan neemt de waardering toe.
Ik kom terug op mijn vraag: "Zou de waardering voor de stedenbouwkundige structuur samenhangen met het al dan niet aanwezig zijn van een grid?" Als je kijkt naar zeer recente voorbeelden uit de praktijk van mijn eigen organisatie, dan ben ik geneigd te zeggen: "Nee". De combinatie van aansprekende architectuur en een duidelijke stedenbouwkundige opzet (critici kunnen nu zeggen: "U bedoelt het grid") bepalen ook op termijn de waardering voor een wijk of stadsdeel.
Ik noem enkele voorbeelden:
Meerland Almere: een nog te realiseren deel van Almere, dat qua architectuur en stedenbouw teruggrijpt op de jaren dertig van de vorige eeuw. Geen grid of in ieder geval niet 'gridachtig', maar juist neigend naar organisch gegroeid, vanzelf ontstaan. Voor dit plan, dat bestaat uit zo'n 160 woningen, hebben zich nu reeds 100 huishoudens ingeschreven. Hun motieven? Intiem, veel variatie, een eigen plek, veel groen. Vraagt de woonconsument om een grid? Nee, de woonconsument vraagt niet om theorie, maar om zaken die ik net noemde: geborgenheid, nabijheid en variëteit.
IJburg/Rieteiland: hier twijfel ik. IJburg en dus ook Rieteiland kennen een overduidelijk grid. Sterker nog: een deel van IJburg lijkt - weliswaar door de oogharen bekeken en uitsluitend op regenachtige dagen - op de Mietskazernen in Berlijn. Strak, ongenaakbaar, wiskundig haast.
Anderzijds kent het Rieteiland niet zo'n strak grid en belangrijker nog: de stedenbouwkundige structuur is een voorbeeld van losbandigheid. De woningen zijn als hagelslag op de kavels 'gesmeten', de architectuur vertoont her en der overeenkomst met architectuur in België. Maar ook hier is de waardering van de woonconsument groot en dat komt volgens mij door de mogelijkheid om je eigen woning te ontwerpen, zo kun je zelf bepalen hoe je wilt wonen.
Mijn stelling is dat we het belang van een grid niet moeten overdrijven. Als ik me de wijze lessen van Jane Jacobs ('Death and life of great American cities') voor de geest haal, was haar belangrijkste stedenbouwkundige element het trottoir. Het trottoir maakt volgens Jacobs sociale controle mogelijk, laat mensen op een prettige manier met elkaar in contact komen, biedt speelruimte voor kinderen en zorgt voor een heldere stedenbouwkundige structuur van te onderscheiden functies (privé, openbaar, lopen, spelen, winkelen en autorijden).
Mijn pleidooi is dan ook niet zozeer gericht op stedenbouw op basis van een eindeloos doordacht grid, maar op stedenbouw met een menselijke maat: met duidelijke functies en duidelijke grenzen aan die functies. Ik denk dat een heldere stedenbouw en architectuur en een menging van functies en bewoners de belangrijkste voorwaarden zijn voor een blijvende waardering van een wijk of een buurt. Daarbij spelen een duidelijk grid en een duidelijke indeling in functies natuurlijk een belangrijke rol, maar vooral in theoretische zin.